Analyse – De cinema van Lucile Hadzihalilovic

on

Na een afwezigheid van ruim elf jaar is Lucile Hadzihalilovic (Lyon, 1961) terug met haar tweede lange film, Évolution. Het gehele oeuvre van de Française, inclusief een aantal shorts, wordt gekenmerkt door een bepaalde cohesie, zowel op thematisch als stilistisch gebied. In dit artikel probeer ik die cohesie te duiden, alsmede de verschillen tussen de werken.


ENIGMATISCHE MELANCHOLIE

evolution2
Évolution (2015, Hadzihalilovic)

Lucile Hadzihalilovic is de dochter van Bosnische ouders en groeit op in Marokko. Ze gaat naar de prestigieuze filmacademie La Fémis in Parijs en studeert aan het einde van de jaren tachtig af met de korte film La Premiere Mort de Nono (1987), die helaas nergens meer te vinden is. In de jaren hierna leert ze de jonge filmmaker Gaspar Noé kennen. Het klikt tussen de twee, een relatie bloeit op, en om hun projecten te financieren richten ze samen een productiehuis op. Dat leidt tot de korte film Carne (1991). Voor Noé, die de film schrijft en regisseert, is het zijn grote doorbraak. Carne is een typische Noé, duister en gewelddadig. Vijf jaar later maakt Hadzihalilovic haar regiedebuut met La Bouche de Jean-Pierre (1996), een korte film waarin de invloed van Noé als cinematograaf duidelijk aanwezig is.

In dit artikel worden de twee lange en drie korte films van Lucile Hadzihalilovic besproken:

  • La Bouche de Jean-Pierre (1996, korte film)
  • Good Boys Use Condoms (1998, korte film)
  • Innocence (2004)
  • Nectar (2014, korte film)
  • Évolution (2015)

*Let op: dit artikel bevat spoilers.

Kinderlijke onschuld is het belangrijkste en meest verbindende thema tussen de werken van Hadzihalilovic. In La Bouche de Jean-Pierre (1996) trekt het jonge tienermeisje Mimi in bij haar labiele tante na een zelfmoordpoging van haar moeder. Ze komt in aanraking met Jean-Pierre, de verloofde van haar tante. Deze voelt zich tot Mimi aangetrokken. De film, die bijna een uur duurt, is een grauwe, deprimerende aaneenschakeling van scènes. Het is een ongemakkelijke zit. Datzelfde gevoel zullen kijkers kunnen hebben bij Good Boys Use Condoms, een zes minuten durende short uit 1998. Hadzihalilovic draaide deze in opdracht en de seksuele voorlichtingsfilm maakt deel uit van een verzameling shorts door verschillende regisseurs. Er is geen plot, slechts twee Russische vrouwen die beurtelings en daarna samen seks hebben met een jongeman en hem alles bijbrengen over condoomgebruik. Alleen in Europa kan een voorlichtingsfilm zo expliciet zijn. De film is op alle vlakken een buitenbeentje in de catalogus van Hadzihalilovic.

Innocence (2004) is dat duidelijk niet. Sterker nog, Hadzihalilovic’ feature debuut is het hoogtepunt in haar oeuvre en een blauwdruk voor stijl en thema’s van later werk. De film is gebaseerd op de Duitse novelle Mine-Haha (1903) van Frank Wedekind. Zelfs de titel van de film duidt al op exploratie van kinderlijke onschuld. Die komt in eerste instantie in de vorm van Iris, een zesjarig meisje dat wakker wordt in een doodskist. Ze is terechtgekomen in een hermetisch afgesloten, idyllisch park waar alleen meisjes en enkele leraressen wonen. Ze komt in huis met vier andere meisjes, allen met een andere kleur lint in hun haar die correspondeert met hun leeftijd. Hiërarchie is belangrijk, absolute gehoorzaamheid en discipline essentieel, is al snel duidelijk. De oudste van het stel, Bianca met de paarse linten, ontfermd zich over Iris en maakt haar wegwijs. Haar broertje zal ze niet meer zien, waar ze vandaan komt weet ze niet meer. De lieflijke Iris is zo een beetje het schoolvoorbeeld van onschuld en probeert zich aan te passen aan de nieuwe wereld waar ze zo plotseling in leeft.

innocence
Innocence (2004, Hadzihalilovic)

Zo onschuldig is het echter allemaal niet. Voortdurend is er de dreiging van ‘iets’, maar nooit is duidelijk wat dat ‘iets’ precies is. De spanning is ongrijpbaar en moeilijk te definiëren. De meisjes krijgen les in biologie en ballet van twee leraressen en worden in het gareel gehouden door een aantal oudere dames. Het gerucht gaat dat deze vrouwen ooit probeerden te ontsnappen en dat hebben moeten bekopen met een eeuwig verblijf tussen de hoge muren van de commune. Intussen wachten de oudste meisjes op het moment van menstruatie, een punt waarop zij klaar worden geacht voor een leven in de buitenwereld. Tot die tijd geven zij elke avond een balletvoorstelling voor een mannelijk publiek. En als de meisjes met de paarse linten vertrekken begint de cyclus weer opnieuw, doet elk meisje een nieuwe kleur lint in haar haar en is het mantra andermaal verstikkende gehoorzaamheid.

“De akelige beelden zitten eigenlijk al in het hoofd van de kijker – ze ontstaan omdat ik geen verklaringen geef, waardoor kijkers vreemde associaties krijgen.”

Hadzihalilovic over Innocence

In Évolution (2015) draait het om jongens. Ook hier dropt Hadzihalilovic de kijker zonder enige uitleg in een dystopische wereld. We zien de tienjarige Nicolas zich vermaken met zijn vriendjes. Hij leeft in een kaal huis op een afgelegen eiland met zijn moeder. Er is iets niet in de haak en dat realiseert ook Nicolas zich wanneer hij een lijk in zee ziet drijven. Waarom moeten de jongens voortdurend voor een operatie naar het lokale ziekenhuis dat veel wegheeft van een bunker? Waarom zijn de moeders zo afstandelijk en lopen ze er emotieloos bij als klonen? Waar gaan de vrouwen eigenlijk ’s nachts heen? En waar zijn de vaders? Die laatste vraag zal vooral bij de kijker leven, aangezien de jongetjes het hele concept van vaderschap niet kunnen bevatten; ze zijn immers allemaal zonder opgegroeid. Nicolas komt achter een beangstigende waarheid, de jongens worden gebruikt voor medische experimenten, en kan zich, in tegenstelling tot de meeste meisjes uit Innocence, niet neerleggen bij zijn lot.

Hadzihalilovic schreef het scenario voor Évolution zelf (al was dat samen met filmmaakster Atlante Kavaite), in tegenstelling tot adaptatie Innocence. Évolution is dan ook minder rechttoe rechtaan, meer een suspensevolle nachtmerrie waarbij het trage tempo de kijker bijna loom maakt. Antwoorden krijg je nauwelijks, niet van Hadzihalilovic in ieder geval. Aanwijzingen wel, echter summier. In Innocence liggen de metaforen er vrij dik bovenop, maar weet Hadzihalilovic met speelse regie en ambigue narratief alles toch weer in twijfel te trekken. Het opgroeien van de meisjes is als de levenscyclus van een vlinder: de doodskist is als de veilige cocon, daarna gaat het leven verder als rups. Een van de leraressen noemt de meisjes in een boze bui maggots, voor de dansvoorstellingen kleden de oudste meisjes zich in vlinderoutfits en de biologielessen staan in het teken van, jawel, vlinders. De hoge muren van de commune staan voor de pop, waarin de rups uitgroeit tot vlinder. De transformatie is compleet, de paarse linten gaan af.

Évolution is grafischer, een duistere nachtmerrie, zwanger van magisch-realisme, maar kent veel overeenkomsten met Innocence. De rol van water is in beide films opvallend en belangrijk. Zo opent Innocence met opborrelend water, de camera onder het oppervlakte, en sluit het met het oudste meisje van de groep, Bianca, in een publieke fontein, spelend met het water en licht flirtend met een jongen. De kindertijd is tot een onvermijdelijk einde gekomen; volwassen worden is een gegeven; er kan niet aan worden ontkomen. In Évolution is er de constante dreiging van niet alleen het twijfelachtige lot van de jongen en het vreemde gedrag van de moeders, maar ook van de zee die van alle kanten tegen het eiland beukt. Dingen die op het eerste gezicht onschuldig lijken kunnen destructief zijn.

jeanpierre
La Bouche de Jean-Pierre (1996, Hadzihalilovic)

Dat lijkt dan ook de inleiding voor de  belangrijkste vraag voor de jonge protagonisten van zowel La Bouche de Jean-Pierre, Innocence als Évolution: wat gaat er met mij gebeuren als ik groot ben? Want dat weet niemand. In La Bouche de Jean-Pierre neemt Mimi naar voorbeeld van haar moeder een handvol pillen. Het is een schrijnend beeld van een getraumatiseerd meisje in een destructieve omgeving. Bianca neemt de eerste stap naar volwassenheid in de eindscène van Innocence, maar hoe vergaat het haar met ervaring als balletdanseres als enige bagage? Of moeten we dat niet te letterlijk nemen? En wat staat de jonge Iris te wachten wanneer die eenmaal de paarse linten mag afdoen en de wereld in mag trekken? En dan is er Nicolas, die een dystopisch aandoende industriële stad ziet opdoemen vanuit het gammele bootje waarin hij van het eiland is ontsnapt. Je zou ze allemaal het beste gunnen, maar dit blijft een door Hadzihalilovic gecreëerd universum.

Hadzihalilovic geeft zichzelf dankzij haar eigen script de ruimte om Évolution boordevol symboliek en metaforen te stoppen. Ze grijpt terug op de Franse schilderkunst, het symbolisme van rond 1900 en Max Ernst, Salvador Dali en Giorgio de Chirico, meesters die de zee vaak een rol laten spelen in hun werk. Maar ook doen bepaalde elementen in Évolution denken aan duistere doch menselijke scifi als Never Let Me Go (2010, Romanek), sfeervolle, schurende horror als Who Can Kill a Child? (1976, Serrador), de psychedelisch-controversiële films van Dario Argento en het Nieuwe Franse Extremisme, een stroming transgressieve films van moderne regisseurs als Bruno Dumont, Claire Denis, Leos Carax en Hadzihalilovic’ echtgenoot Noé. Daarover later meer.

“Bava as much as Bataille, Saló less than Sade seem the determinants of a cinema suddenly determined to break every taboo, to wade in rivers of viscera and spumes of sperm, to fill each frame with flesh, nubile or gnarled, and subject it to all manner of penetration, mutilation, and defilement.”

Filmcriticus James Quandt over het Nieuwe Franse Extremisme

Na de release van Innocence kreeg Hadzihalilovic de nodige kritiek te verwerken: de film zou opzichtig erotisch geladen zijn en zelfs aan pedofilie grenzen. Thematisch gezien past La Bouche de Jean-Pierre nog het best in die vergelijking. In die film draait Hadzihalilovic er echter niet omheen: Jean-Pierre is een pedofiel en de getraumatiseerde, in zichzelf gekeerde Mimi is een ideaal slachtoffer. In Innocence gaat het er subtieler aan toe en is het gevoel meer gebaseerd op een onderhuidse, minder concrete spanning dan op daadwerkelijke feiten. Hadzihalilovic zelf zei hier in 2005 over: “We hebben tegenwoordig met een ongekende paranoia te maken wanneer het om de rol van kinderen in de samenleving gaat. De media zijn angstvallig bezig een heilig beeld van kinderen te construeren en ze als potentiële slachtoffers van incest en pedofilie te zien, dus wanneer je ze in een ander daglicht plaatst, zoals ik dat doe in Innocence, word je meteen als een exploitant of perverseling beschouwd. Maar die akelige beelden zitten eigenlijk al in het hoofd van de kijker – ze ontstaan omdat ik geen verklaringen geef, waardoor kijkers vreemde associaties krijgen.” De filmmaakster heeft daar een sterk punt; zwemmende kinderen in een meertje horen in geen enkel opzicht als seksueel object te worden gezien. Wie dat wel doet, is daar zelf verantwoordelijk voor. Toch roept de film bepaalde vragen op. Wie zijn de mannen in het publiek die ’s avonds naar een dansvoorstelling van jonge meisjes komen kijken en rozen op het podium gooien? En waarom is er toch zo veel focus op uiterlijke en fysieke verzorging en zo weinig op het intellect van de meisjes? Het zijn legitieme en bovenal logische vragen die gerust gesteld mogen worden.

nectar
Nectar (2014, Hadzihalilovic)

Het meest thematisch op zichzelf staande werk van Hadzihalilovic is Nectar, een korte film die bol staat van de ambivalentie. Hoewel de film qua stijl, cameravoering en vertelstructuur veel lijkt op Innocence en Évolution, is Nectar erg anders. Het gaat niet om kinderen maar om een jonge vrouw die elke dag het middelpunt is van een ritueel waarbij ze, als een bijenkoningin, honing aanmaakt. Op een dag komt ze in contact met een citroenenkweker, en combineert ze de zurigheid van citrus met haar eigen zoete honing. Ze wordt verliefd en kan plotseling geen honing meer aanmaken, wat tragische gevolgen heeft voor de bijenpopulatie. De stijlvolle short zou zich zomaar in hetzelfde universum als Innocence kunnen afspelen, maar heeft thematisch niets met die film van doen. Het is een licht-erotische variant op het verhaal van Adam en Eva, maar wellicht wil Hadzihalilovic ook iets zeggen over de relatie van de mens met de natuur.

La Bouche de Jean-Pierre en Good Boys Use Condoms passen stilistisch gezien beter bij Gaspar Noé dan bij Lucile Hadzihalilovic’ latere werk. Het lijkt erop dat ze in de late jaren negentig nog druk bezig was haar eigen cinematografische stem en stijl te vinden. Noé verzorgde het camerawerk bij haar twee eerste shorts en dat is zeer goed te merken. Het hoogtepunt van het verder weinig zeggende Good Boys Use Condoms is een tollende cameravoering op het einde zoals die een belangrijke rol zou spelen in zijn latere meesterwerk Irréversible (2002). La Bouche de Jean-Pierre valt op door pure grauwheid en een korrelig beeld. De pauperwijk waar tante Solange woont is een deprimerende bende en dat gevoel komt terug in de cameravoering. Opvallend zijn ook de credits; Hadzihalilovic laat deze op soortgelijke wijze zien in al haar andere films – op Good Boys Use Condoms na, die vertoont dan weer gelijkenissen met Noé’s latere werk.

Hadzihalilovic is een enigmatische force en in die hoedanigheid hebben zowel Innocence als Évolution raakvlakken met het eerder genoemde Nieuwe Franse Extremisme – een term bedacht door filmcriticus James Quandt. Deze term duidt op hoog gestileerde horrorcinema van vooral Franse bodem vanaf eind jaren negentig en begin deze eeuw. Noé is wellicht de posterchild van deze stroming, niet alleen dankzij Irréversible, maar ook vanwege zijn lange debuut Seul Contre Tous (1998). Hoewel de films van Hadzihalilovic qua gore, geweld en seks – vaste kenmerken van deze moderne Nouvelle Vague – niet wedijveren met titels als Humanité (1999, Dumont), Baise-Moi (2000, Despentes), Trouble Every Day (2001, Denis), Calvaire (2004, Du Welz) en Martyrs (2008, Laugier) zijn er wel overeenkomsten. Bijvoorbeeld de importantie van zowel het auditieve als het visuele en de taboedoorbrekende verhaallijnen. Daarnaast creëert Hadzihalilovic een unheimische en mysterieuze sfeer, mede dankzij suggestieve beeldvoering en een (bewust) gebrek aan narratieve duiding. Het zou zomaar kunnen dat ze in de toekomst nog wel een film gaat maken die binnen dit cinematisch spectrum valt; ook niet elke film van Bruno Dumont of Claire Denis is extreem, maar deze gerenommeerde filmmakers flirtten er wel mee.

De belangrijkste reden waarom Hadzihalilovic kan worden gelinkt aan het Nieuwe Franse Extremisme is echter de mensen met wie ze omgaat. Uiteraard dus Noé, die een grote rol in haar ontwikkeling als filmmaakster speelt, maar ook mannen als Benoît Debie en Manuel Dacosse. Debie deed het camerawerk voor Innocence, Dacosse voor Nectar en Évolution. Zij lijken pionnen te zijn geweest in Hadzihalilovic’ zoektocht naar en ontdekking van haar eigen stijl en stem. Die eigen stijl en stem maken haar een van de meest interessante auteurs in de hedendaagse Europese cinema, iemand die morele ambivalentie, narratieve complexiteit, psychologische diepgang en pure horror op een subtiele en stijlvolle manier kan mengen. De grenzen van genres vervagen steeds meer en Lucile Hadzihalilovic heeft dat uitstekend begrepen. Nu maar hopen dat ze niet opnieuw een decennium bezig is de financiering voor een volgend, ongetwijfeld bijzonder, project rond te krijgen.

“Het is niet de bedoeling antwoorden te vinden in de film. Er zit geen boodschap in. Het is geen science-fiction. Het zegt niets over de maatschappij. Geen metaforen. Het is gewoon een intiem verhaal.”

Hadzihalilovic over Évolution

evolution3
Évolution (2015, Hadzihalilovic)
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s